B-Present.nl mindfulness
Patrick Smolders
030 - 275 07 05

Denken met een open mind

Over mindfulness en wetenschap

– een blog over de cultivatie van het denken –

Denken (en ik doel zowel op de term als op de activiteit) lijkt op een bepaalde manier een taboe. Het is een vies woord geworden. Het liefst willen we zo snel mogelijk van denken en van gedachten af. En meditatie en mindfulness zouden ons er vanaf moeten (en kunnen) helpen. “Lekker leven zonder denken. Omdat ik het waard ben. Heerlijk navelstaren. Dat gunt u zichzelf toch zeker ook?”…

Ten geleide 
Dit blog kijkt niet vanuit wetenschappelijk perspectief naar mindfulness. Op de pagina kun  lees je (bijna) alles over wat er wetenschappelijk te zeggen is over mindfulness. 

 

Vanuit open gewaarzijn

Mindfulness verschilt 180° van navelstaren. Navelstaren is staren naar wat je al kent. Houden van, gehecht zijn aan datgene wat je al kent. Zien wat je zien wilt. Horen wat horen wilt.

Mindfulness daarentegen is een vriendelijk open gewaarzijn. Het is direct – open, onvervormd, vriendelijk – waarnemen. Deze manier van gewaarzijn of waarnemen kunnen we ook vipassana noemen, of keuzeloos gewaarzijn, choiceless awareness.

Deze manier van gewaarzijn verschilt van een andere manier van waarnemen waaarin we het één maar al-te-graag willen toelaten en het ànder maar al-te-graag buitenboord willen houden.

 

In je kracht

Uiteindelijk is mindfulness een modus van zijn die veel meer omvat dan alleen zitkussentjes en yogamatten. Het is fris, open, onbevangen in je kracht staan. Het is creatief en aanwezig zijn in de wereld, in het concrete leven. Niet zozeer in dromenland of in de zweefmolen.

Mindfulness is hier-en-nu kunnen zijn – in welk moment en op welke plek we ons ook bevinden. Het is een modus waarbij veel innerlijke stroefheid – innerlijke verkramping – wegvalt.

Het leven wordt lichter, gemakkelijker, je bent vriendjes geworden met jezelf. Om daar te komen is voor de meesten onder ons een kwestie van oefenen. Zie ook: Effecten van mindfulness, de pagina over de effecten van de 8-weekse MBSR-training en van mindfulness-beoefening in het algemeen.

 

Waarnemen zonder keuze

Binnen het open waarnemen (de vorm van gewaarzijn die we ondermeer aanduiden met vipassana en mindful gewaarzijn) nemen we alles waar; we maken niet de keuze vóór waarnemen van het een en tégen waarnemen van het ander. Om die reden wordt dit waarnemen of gewaarzijn ook aangeduid als choiceless awareness (keuzeloos gewaarzijn)

Mindfulness of open gewaarzijn is een onbevangen nieuwsgierigheid en is ook het besef dat kennis of ervaring nooit volledig kan zijn. Steeds weer zullen er feitjes blijven ik niet ken. Steeds weer zullen er ervaringen zijn die ik niet meegemaakt heb. Kennis en ervaring zullen nooit volledig zijn; ze zijn nooit ‘af’.

Deze gewaarzijnsvorm is ook de belichaming van het besef dat gedachten (aannames, claims) alleen maar gedachten (aannamen, claims) zijn; Gedachten (etc) zijn niet per se waarnemingsfeiten laat staan universele ‘waarheden’.  Werkelijke mindfulness (eventuele cliché’s en vooroordelen die bij sommigen bestaan daargelaten) verschilt 180° van zowel navelstaren als van de zweefmolen.

‘Waarnemen’ klinkt passief in de ogen (oren) van veel mensen, zo ook ‘open en onbevangen waarnemen’. Maar hoe opener en onbevangener we waarnemen, des te meer activiteit er gaande is in ons. Onze zintuigen staan open en ons onderscheidingsvermogen (ook wel ‘oordeelvermogen’) is bijzonder actief. 

 

Niet-oordelen

Soms heeft men zelf geen ervaring met MBSR-training maar heeft men in een populair medium iets gelezen over mindfulness, bijvoorbeeld dat het zoiets zou zijn als ‘niet-oordelen’, of dat het doel van mediteren ‘stoppen met denken’ zou zijn.

Ik heb gemerkt dat het aantal opvattingen over dergelijke topics zeer divers is. Mindfulness betekent echter geenzins een devaluatie van ons oordeelvermogen. Evenmin stoppen we met denken. Gelukkig maar – want zonder denken en oordeelvermogen zouden we niet kunnen functioneren in ons dagelijks leven.

Om kort te gaan:
Mindful gewaarzijn is de kunst of discipline waarin we ons geoefend hebben om niet onmiddelijk op de automatische piloot te oordelen / spreken / handelen.
Het is de kunst of discipline waarin we de regie hebben, de vrijheid of ruimte in onszelf hebben om niet onmiddelijk reflexmatig te oordelen / spreken / handelen.
Het is de mogelijkheid tot introspectie, zelfreflectie, en het cultiveren van ons oordeelvermogen. 

 

Open en onbevoordeeld tegemoet treden van gedachten, uitspraken en claims

 

over vipassana / mindfulness / choiceless awareness

Van vipassana of mindfulness is per definitie (pas) sprake als we alles – dus ook gedachten, uitspraken en claims – open tegemoet treden. Dat wil zeggen: niet vanuit persoonlijke (of groepsgebonden) voorkeur en afkeer; niet vanuit gehechtheid aan de vermeende (on)waarheid van een claim.

Van mindfulness, vipassana of choiceless awareness is (pas) sprake als in onszelf de ruimte of vrijheid aanwezig is om te kunnen twijfelen aan de waarheid, geldigheid, of bruikbaarheid van welke gedachte, uitspraak of claim dan ook. We hebben door dat gedachten slechts gedachten zijn. Uitspraken slechts uitspraken. Aannames slechts aannames. We hebben door dat denken verschilt van waarnemen, dat gedachten verschillen van waarnemingsfeiten. 

 

over quasi-wetenschap

Een open gewaarzijn verschilt daarmee van quasi-wetenschap: Daarbij poneert iemand zichzelf als expert terwijl een ander diens uitspraken zonder enige twijfel, zonder enige openheid of onbevangenheid, onmiddelijk aanneemt. Er wordt niet waargenomen, niet onderzocht. ‘Kennis’ van de ‘expert’ wordt onmiddelijk zonder enige filtering of reflectie geabsorbeerd. 

‘Kennis’ kan inderdaad geslikt worden. De menselijke geest neigt daartoe. Deze tendens zouden we in onszelf kunnen waarnemen.

En ik gebruik met opzet de plastische metafoor van het slikken – zoals een baby melk slikt. Er wordt niet op gekauwd, het wordt niet goed geproefd, het onderscheidingsvermogen slaapt, reflexmatig wordt het doorgeslikt. Ik hoop dat we in onszelf rechtstreeks kunnen opmerken waardóór dat gebeurt – don’t take it from me:

De menselijke geest neigt er vaak toe om bepaalde gedachten, claims en uitspraken al-te-graag te omarmen (te adopteren), namelijk de uitspraken en claims die goed aansluiten bij de persoonlijke voorkeuren en het zelfbeeld; die goed aansluiten bij wat we al kennen. 

 

De neiging te zien wat we willen zien

De menselijke geest wil vaak zekerheid, zoekt houvast, zoekt bevestiging. Koste wat kost zijn we daarom vaak op zoek naar gedachten en uitspraken die aansluiten bij onze huidige voorkeuren, zelfbeelden, herinnering, aannames en ‘kennis’.

Terzijde: Marketeers en verkopers zijn zich hiervan (vaak onbewust) bewust. U vraagt, wij draaien. Uw voorkeuren zijn de juiste. De consument krijgt de bevestiging, de houvast, de zekerheid die hij zoekt, die hij lijkt te missen.

Die al-te-menselijke neiging naar bevestiging verschilt uiteraard van het open, onbevoordeeld tegemoettreden van gedachten, uitspraken en claims. Een open mind is een sceptische mind – een geest die in zich de ruimte neemt om te twijfelen en te onderzoeken. En sceptisch wordt vaak verward met cynisch maar scepticisme verschilt daarvan wezenlijk.

Om Shunryu Suzuki te citeren: 

“Zolang je op zoek bent naar iets specifieks
zul je de schaduw van de realiteit aantreffen
en niet de realiteit zelf”.

En we zullen altijd onderzoekend – anders gezegd: sceptisch en waakzaam – moeten blijven, want ook de mensen die werkzaam zijn als onderzoeker binnen onderzoekscentra en universiteiten kunnen verblind zijn door de wil om het ene te zien en het andere niet te zien.

Open waarnemen vraagt om zelfkennis. Wetenschappelijk denken en wetenschapsbeoefening vraagt om zelfdiscipline en zelfkennis van degene die wetenschap bedrijft.

 

Over exemplarische bewijsvoering en toeval

Er bestaan miljarden mensen op aarde en dus is er door puur statistisch toeval altijd wel iemand die bijvoorbeeld 110 jaar oud geworden is en die elke dag een pakje cigaretten rookte. Statistisch is het bijzonder aannemelijk dat dergelijke gevallen zich voordoen – het pas vreemd zijn als zoiets zich nooit voordeed.

Een dergelijk statistisch toeval betekent niet dat wanneer we 1.000 proefpersonen dagelijks een pakje zouden laten roken, deze 1.000 gemiddeld ouder zouden worden dan een niet-rokende controlegroep.

 

Over internet

Er bestaat een zee, een oceaan, aan informatie (wetenschappelijke artikelen, artikelen op Wikidia). Met de nieuwe media (internet) is het veel eenvoudiger om aan valide informatie te komen. Informatie die zo objectief mogelijk verkregen is. 

Tegelijk realiseer ik me dat het met de nieuwe media voor velen ook veel eenvoudiger is geworden je te verliezen in des-informatie. En desinformatie hoeft – zeker in de huidige tijd – beslist niet opzettelijk van aard te zijn (in welk geval we van propaganda kunnen spreken). Desinformatie kan gemakkelijk ook onbewust en onopzettelijk verspreid worden. 

Menigeen is sterk geneigd een bepaalde hype (aanname, claim) aan te nemen voor valide of waar, vooral…

  1. …wanneer we de hype maar vaak genoeg tegenkomen, en
  2. …wanneer deze hype aansluit bij de aannames en claims die wijzelf koesteren en die we graag bevestigd zien in ons blind verlangen naar cognitieve zekerheid.

Diverse sites kunnen gemakkelijk een bepaalde post, een bepaald artikel, van elkaar overnemen. Maar hoeveel van de honderd mensen doen bron-onderzoek?

De meesten uit die willekeurige groep van honderd mensen zijn er – vrees ik – niet toe in staat. Scholen hebben ons vermogen daartoe niet ontwikkeld – ze hebben ons tal van cerebrale feitjes geleerd, woorden, grammatica-regels, historische feitjes, rekenvaardigheid. Wat naar mijn bescheiden mening te eenzijdig is, zeker in de huidige tijd. 

Eigenlijk zou een ieder op school geleerd moeten hoe we goed bron-onderzoek doen en hoe we onszelf kunnen behoeden voor het blindelings aannemen van de vele claims die aanwezig zijn in de informatie die dagelijks op ons afkomt via ondermeer internet, ouders en peergroup.

We sluiten daarmee aan bij wat werd opgemerkt door Margalith Kleijwegt (de Groene, 27.01.2016):
“De Onderwijsinspectie constateerde in 2015 dat scholen nog te weinig systematisch bezig zijn met burgerschapsonderwijs. Met name in het mbo zou het kritisch leren denken nog onvoldoende aandacht krijgen.” En in hetzelfde artikel: “Sociale media zijn de docenten een doorn in het oog. De impact en het oncontroleerbare ervan zijn vreselijk”

Toch zullen enkelen uit die willekeurige groep van honderd mensen wèl in staat zijn tot het verrichten van bron-onderzoek. Zij zullen er vaak de tijd voor missen, en adopteren – als het gaat om selectie van waardevolle informatie – een stijl van buest-guess.  

 

‘Wetenschappelijke gestrengheid’

Een onderzoek is pas waardevol als het uitgevoerd wordt met een grote experimentele- en controlegroep, en als het zodanig omschreven is dat het herhaalbaar is. Exact uitgewerkt, precies geformuleerd. Op grond van één enkele waarneming bij één enkel persoon (exemplarische bewijsvoering) kunnen simpelweg geen algemeen geldende theorieën gevormd worden.

Dat wil zeggen dat een andere onderzoeker – een jaar later, in een ander land – het onderzoek exact zo moet kunnen uitvoeren, zodat de bevindingen van meerdere onderzoeken naast elkaar gelegd kunnen worden, vergeleken kunnen worden, en voorzichtige voorlopige conclusies getrokken kunnen worden.