B-Present.nl mindfulness
Patrick Smolders
030 - 275 07 05

Eten met een open mind

Eten met een open mind

Nutra-therapie ter preventie van tumorgroei

– een revolutie op het gebied van kanker-preventie – 

  • Oorspronkelijke editie van dit blog (daar ben je nu op)
  • Beknopte editie van dit blog (klik om er te komen)

 

Les aliments contre le cancer

Het is alweer vijf jaar geleden dat ik via een kennis in aanraking kwam met de publicatie van de Canadese wetenschappers Béliveau & Gingras. Zij publiceerden Les aliments contre le cancer (©2005 Éditions du Trécarré, Canada). Ikzelf las de Duitstalige editie ervan. Inmiddels is het boek ook in de Nederlandse taal verkrijgbaar: Eten tegen kanker (Kosmos Uitgevers).

De publicatie van Béliveau en Gingras was voor mij een inspiratiebron en de aanzet om me verder te verdiepen in angiopreventie (zie verderop) door middel van nutra-therapie (lees: gezond eten).

In het blog dat je nu leest, noem ik een reeks ‘producten’ uit de natuur. Veel van deze producten bevorderen onze gezondheid op meerdere manieren. Waar mogelijk bespreek ik deze kort. 

 Hieronder meer over deze publicatie. 

Graag citeer ik hier een anonieme maar daarom niet minder waardevolle recensie
(2 december 2016) van een Nederlandse lezer:

“(…) goed in geslaagd om onderzoeksresultaten (…) helder aan leken uit te leggen. (…). Het boek is bijzonder geschikt om te gebruiken bij het plannen van een belanceerd dieet gebaseerd op heldere feiten. (…). (…) dit (is) een thema (…) dat iedereen aangaat, of men zich dat nu bewust wil zijn of niet. Het boek zou in Nederland nadrukkelijker onder de aandacht van een breed publiek gebracht moeten worden.”

 

Béliveau en Gingras  laten zien dat onze subjectieve angsten niet altijd even reëel zijn. Kijk naar statistische kansen: Het risico dat we sterven aan een terreur-aanslag is zeer miniscuul. Misschien willen we 10 x minder of 10 x meer kranten lezen, maar het reële risico dat we lopen blijft daardoor ongewijzigd – het blijft miniscuul.  

 

Maar nu komt het

Maar nu komt het: Iemand die kanker heeft, loopt een kans van 1 op 3 daaraan te overlijden. Die kans is nogal groot, 33 %. Dat betekent dat als de ziekte eenmaal aangetroffen is, de statistische kans op overleven slechts 67 % is. Anders gezegd: Pogingen tot genezing blijken in 33 % van de gevallen niet het gewenste resultaat te hebben. En daarom is voorkómen (preventie) beter dan genezen. Bovendien is voorkómen is eenvoudiger dan je misschien voor mogelijk houdt. 

 

 

We hebben invloed

Onze leefwijze is mede-bepalend voor de risico’s die we lopen op ziektes. Die leefwijze omvat de hoeveelheid dagelijkse beweging, de hoeveelheid stress en hoe we daarmee omgaan, de staat van ons immuunsysteem, plus de stoffen (levensmiddelen) die we tot ons nemen.

 

Kankercellen in het menselijk lichaam

In het menselijk lichaam – misschien verrast het je dit, zoals het ook mij verraste toen ik dit vernam – komen kleinere kankers voor: zeer beperkt van afmeting. Dat gegeven (en ook de kennisname ervan) is op zichzelf absoluut geen bedreigend gegeven voor onze conditie / gezondheid. Kankercellen hebben (gelukkig) wat we kunnen noemen ‘zelfmoord-tendenzen’: ze neigen tot apoptose. Die neiging valt door onze voeding te versterken.

 

Zelfmoord-tendenzen?

Jazeker. En daardoor blijft de groei van kankercellen beperkt. Ze zijn ontvankelijk voor het signaal (bevel) tot groeistop, een signaal dat ze van nabije gezonde cellen ontvangen. Door apoptose plegen kankercellen als het ware zelfmoord: Ze zijn niet in staat een infrastructuur van bloedvaten aan te leggen. Geen bloedtoevoer naar kankercellen betekent: het achterwege blijven van zuurstof- en voedingsstoffen-toevoer naar kankercellen. Daardoor kunnen ze niet doorgroeien, maar wel gemakkelijk  sterven. 

 

De essentie van nutra-therapie: Hoe het werkt

Er bestaan veel moleculen die de vorming van deze ongewenste bloedvaten tegengaan, zodat geen tumorgroei optreedt. De vorming van zulke bloedvaten wordt ook angiogenese genoemd (angio = (bloed)vat; genese = wording, ontstaan). Het tegenwerken van deze bloedvatvorming wordt ook wel angiopreventie (in English: angioprevention) genoemd. 

De meeste van deze moleculen zijn voorhanden in fruit en groente. Nutra-therapie is de eetwijze die daarvan gebruik maakt om het uitgroeien van kankercellen en kleinere tumoren welhaast geen kans te geven. Een goed toegepaste nutratherapie doet de kansen – dat zich grotere tumoren en gezwellen in ons lichaam ontwikkelen – fenomenaal dalen.

Enkele angiopreventieve stoffen (molecuul-soorten) zijn de flavonoïden en de polyfenolen. De groep flavonoïden bestaat uit de subgroepen anthoxanthines, flavanonen, flavanonolen, flavanen en anthocyaniden. Ze komen ondermeer voor in peterselie (ook gedroogd) (levert flavonen), blueberries (levert anthocyaniden), zwarte thee (levert flavaan-3-olie), citrus (levert hesperidine, quercitrine, rutine en tangeritine), wijn (levert polyfenolen), cacao (levert ….)  en pinda (levert …). 

 

Beter voorkómen dan genezen

Waar radio- en chemotherapie curatief ingezet worden (genezend, dwz er is al ziekte opgetreden) en vaak hoogst onaangenaam zijn, kan nutratherapie heel eenvoudig ook preventief worden ingezet (voorkómend, dwz er is geen sprake van ziekte), zodat er hoogstwaarschijnlijk geen ziekte zal optreden. Al is zulks nooit 100% uit te sluiten.

Dat groente en fruit vitamines bevatten, is welhaast overbekend. Veel minder mensen zijn bekend met de term secundaire plantstoffen ofwel phytochemische verbindingen. Met deze stoffen beschermt de plant zichzelf tegen ondermeer bacteriën, schimmels en insecten.

Deze zelfde moleculen-groep speelt ook een hoofdrol in ons afweersysteem t.o.v. kanker. Dat is de kennis die vele wetenschappelijke onderzoeken ons hebben opgeleverd. Het is de kennis vanwaaruit de eerder genoemde wetenschappers Richard Béliveau en Denis Gingras publiceren.

In dit blog (zelfs in deze Oorspronkelijke edtie) zal ik geen volledige opsomming van al deze stoffen (moleculen) geven, maar ik zal volstaan met een opsomming van de levensmiddelen die we regelmatig kunnen eten om deze stoffen binnen te krijgen. Nogmaals, het maakt een groot verschil in de kans die we hebben op het krijgen van een ziekte die we onszelf liever besparen.

 

Vergeet de big picture niet:

Want er zijn méér factoren zijn, zoals de hoeveelheid dagelijkse beweging en roken, waarmee we invloed kunnen uitoefenen op de kans dat zich in ons lichaam kankertumoren al dan niet doorontwikkelen tot een ziektestadium.

En als je op dit moment weinig regie ervaart over bijvoorbeeld je dagelijkse hoeveelheid beweging of over je rookgedrag, bedenk dan dat je ook in deze gevallen je kansen op tumorgroei kunt verlagen door de juiste voeding. Dus

….of je nu veel, weinig of niet rookt, en
….of je nu veel, weinig of niet beweegt,

lees vooral verder.

Alle beetjes helpen

Plus:

Gebruik je onderscheidingsvermogen en je creativiteit. Mogelijk verdraag je niet alle 14 hier behandelde levensmiddelen. En bedenk dan dat alle beetjes helpen.

Want als je bijvoorbeeld één van de 14 onderstaande levensmiddelen niet verdraagt, is dat nog geen reden om af te zien van de overige 13 levensmiddelen. En het kan zinvol zijn je op dit vlak bij te laten staan door een diëtist.

~ Patrick Smolders.

 

1. Kool

Kool is iets waaraan kankercellen een hartgrondige hekel hebben. En er is volop keuze: Broccoli, spruitjes (in het Duits: ‘Rosenkohl’), boerenkool, witte kool, rode kool, groene kool, bloemkool, spitskool en chinese kool.

 

2. Knoflook en uien

Deze groep gewassen omvat niet allen knoflook en uien maar ook prei en sjalotten. Net als bij de andere samengestelde groepen (zoals kool) is het gunstig om je diëet te variëren.

 

3. Soya

Iedereen kent wel de soyaboon, maar er bestaan meer mogelijkheden om soya te consumeren: miso (een gefermenteerde soya-pasta, ook wel op de markt gebracht als soya-miso wat een pleonasme is). Miso is prima in sausen en soepen te gebruiken.

Wellicht bekender dan miso is soyasaus. Daarnaast is ook tofu van soya gemaakt. (Ook wel met tahoe aangeduid in ons land). Over de bereiding van tofu hieronder meer.

Er is in de wetenschap een controverse als het gaat om (vrouwen met) borstkanker. Vanuit proefdierenonderzoek lijkt soyaconsumptie in geval van borstkanker ongunstig, maar of dit principe zich één-op-één laat vertalen naar mensen is onbekend.

Het zou het geval kunnen zijn, dus lijkt het meest verstandig om in dit geval van soya af te zien en andere preventieve voedingsmiddelen te consumeren.

Tofu-bereiding

Persoonlijk werk ik veel liever met een groot blok tofu. Natuurlijk bestaan er ook voorgekruide tofu-dobbelsteentjes, maar ik heb de voorkeur om de tofu zelf te kruiden en op smaak te brengen. Zo’n groot blok (bijv 350 of 450 gram) tofu is alsvolgt te bereiden, heb ik ontdekt:

Door middel van twee (of drie) parallelle snedes (met een lang, dun, scherp mes) ontstaat drie (of vier) plakken tofu. Elk van de plakken is dan ongeveer 8 bij 5 cm, de dikte ervan is ongeveer 1 cm wat ‘m prima bakbaar maakt.

Persoonlijk bak ik op mild vuur in een stevige (zware) koekepan, in een mengsel van boter (‘roomboter’) en olijfolie. Regelmatig keren (5 tot 10 keer), zodat de tofu wèl van binnen gaart maar niet van buiten zwartblakert.

 

4. Kukurma

is een geel kruid, in het Engels aangeduid als turmeric. Het is gemakkelijk verkrijgbaar en wordt geleverd in poedervorm.

Om deze gezonde werking ervan te stimuleren mengen we een kleine fractie rode peper (paprika, piper, biber, afhankelijk van waar je het koopt), spaanse peper, of sambal bij de kukurma. Als regel volstaat 0,1 deel rode peper op 1 deel kukurma.

Een kerrie is altijd een kruidenmengsel. De samenstelling ervan is variabel. Algemeen bestaat kerrie voor zo’n 20 à 30% uit kukurma.

Voor het overige bestaat kerrie uit koriander; komijn (Engels: cumin); cardamom; fenegriekzaad; cayenne-, rode- en zwarte pepersoorten.

 

5. Ginseng

De conclusie van een onderzoeks-artikel van H.J. Kim et al. (2013) is dat de onderzoeksbevindingen (onderzoek onder ratten) erop lijken te wijzen dat langdurige consumptie van rode gember veel gunstige effecten heeft:

  • het draagt bij aan het voorkómen van een scala aan biologisch-fysieke ziekten, te weten kanker, diabetes mellitus type 2, hart- en vaatziekten, en erectiele dysfunctie.
  • het verbetert de immuunfunctie en het centraal zenuwstelsel, en het vermindert stress.

Gingseng wordt wel gerekend tot de adaptogenen. Adaptogenen zijn de klasse van regelstoffen voor onze stofwisseling die ons aanpassingsvermogen vergroten. Het gaat daarbij zowel om aanpassing aan omgevingsfactoren en om vermijding van schade door omgevingsfactoren. Uiteraard kan men pas na gedegen onderzoek iets zeggen over een eventuele kanker-preventief vermogen van elk van de adaptogenen. Naast ginseng zijn er meer overigens voedingsstoffen die gerekend worden tot de adaptogenen. Er heeft al enig onderzoek plaatsgevonden naar de plant jiaogulan (onderzoek) en de zwam maitake (onderzoek).  Nu verder over ginseng: 

Gebruikers van ginsengpreparaten lijken een verminderd risico te hebben op kanker van de maag, longen, lever, pancreas, eierstokken, dikke darm en mondholte. Vooral de ginsenoïdes  Rg3 en Rh2 lijken hieraan bij te dragen. Dit blijkt uit het onderzoek van T.K Yun, verbonden aan het Korean Cancer Center Hospital, Seoul, 2003 (‘Experimental and epidemiological evidence on non-organ specific cancer preventive effect of Korean ginseng and identification of active compounds’, 2003).  

Om meer specifiek te zijn: Enkele stoffen die voorkomen in ginseng blijken de toename van het aantal kankercellen (dwz hun vermenigvuldiging door middel van celdeling) te blokkeren. Tevens blijken deze stoffen zulke cellen te stimuleren zich te ontwikkelen in de richting van (in jargon: te differentiëren tot) gezonde vormen van normale cellen. 

Verder lijken ginsenoïdes ook preventief te werken met betrekking tot het ontstaan van diabetes mellitus type 2 (DM type 2), en ook curatief bij mensen die de genoemde ziekte al hebben. DM type 2 is een ziekte (die 90% van de beide DM-varianten vormt) die 3,5 % van de wereldbevolking treft. Bij DM type 2 treedt insuline-resistentie op en wordt daardoor het bloedglucosepeil te hoog. DM type 2 is een ziekte die gerelateerd is aan overgewicht en weinig beweging, het wordt daarom wel een lifestyle-ziekte genoemd. Er zijn dierproeven gedaan waarbij gevonden is dat ginseng-consumptie leidt tot beter gebruik van het bloedglucose en tot een afname van het lichaamsgewicht. Uit deze proeven bleek ook dat door ginseng-consumptie de insuline-resistentie afneemt. 

Ook lijken de stoffen in ginseng (ginsenoïdes) onstekingsremmend te werken. Ook beïnvloeden ze het cardiovasculair systeem in gunstige zin. Het oude volksgeloof dat ginseng de viriliteit bevordert, lijkt nu een wetenschappelijk fundament te hebben.

Een teveel & een tekort aan ontsteking

Interessant is dat een ontsteking (in English: inflammation) niets anders is dan een complexe beschermingsreactie van het lichaam op virussen, bacterieën, schimmels, en dergelijke pathogenen. Ontsteking is gericht op het wegnemen van de oorzaak van celbeschadiging, het opruimen van necrotische cellen en beschadigde weefsels, en op herstel van weefsels. Symptomen van ontsteking zijn hitte, pijn, roodheid en zwelling. Zowel teveel als te weinig ontsteking is ongunstig. Een midden tussen beide extremen is het meest ideaal. 

Want een tekort aan ontsteking kan namelijk leiden tot voortschrijdende weefselafbraak, hetgeen op den duur levensbedreigend kan worden. Terwijl een teveel aan ontsteking (chronische ontsteking) kan leiden tot hooikoorts, gevorderde tandvleesontsteking, reumatoïde  artritis en kanker (zoals bijvoorbeeld galblaaskanker). Bij chronische ontsteking vinden vernietiging en herstel van weefsel gelijktijdig plaats, als gevolg van het ontstekingsproces.  Tumorgroei – zo stelt T.K Yun (2003) is verwant aan ontsteking, zich daarbij baserend op het onderzoek door DiGiovanni (1992); en stoffen die remmend werken op ontstekingen, werken doorgaans ook remmend op kankercelgroei. Dat lijkt op te gaan voor stoffen die in ginseng aanwezig zijn. 

Verder lijken ze de weerstand tegen virussen te verhogen en ook het functioneren van het centrale zenuwstelsel gunstig te beïnvloeden – inclusief het leervermogen, het geheugen, en de preventie van neurodegeneratieve ziektes. De in ginseng aanwezige stoffen blijken 3 effecten te hebben: Het bevordert de opname van nieuwe kennis, het bevordert drie aspecten:

  • de consolidatie ervan in het lange-termijn-geheugen;
  • onze retrieval van kennis; en
  • onze paraatheid (het gemak cq de moeiteloosheid waarmee we de (in het lange-termijn-geheugen) aanwezige kennis kunnen benutten / ‘terugvinden’). 

Echter, de op dit moment verrichte hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek (naar de effecten van ginseng-consumptie) is nog wat beperkt. Anders gezegd: Er is nog voldoende ruimte om gereserveerd te staan ten opzichte van de claims met betrekking tot gingseng-gebruik. We kunnen ook bedenken dat er in landen waar geen ginseng groeit of verbouwd wordt, weinig (economische) animo bestaat om wetenschappelijk onderzoek naar ginseng te sponsoren. 

Contra-indicaties

Ginseng kan bloedingen veroorzaken. Gingseng-consumptie wordt afgeraden bij mensen met nierproblemen. Als mogelijke bijwerkingen van ginseng-gebruik zijn gerapporteerd: misselijkheid; diarree; hoofdpijn; neusbloedingen; verhoogde bloeddruk; verlaagde bloeddruk; en borstpijnen. 

 

6. Groene thee

Het label ‘groene thee’ zegt op zichzelf nog niet zoveel. Zo is bekend dat groene theesoorten uit Japan in de regel beduidend meer EGCG bevatten dan die uit China.

Ook het oogstmoment zegt iets. De eerste oogst (1) is in EGCG-opzicht doorgaans beter dan de vierde en laatste (4) oogst. De vijf groene theesoorten die qua EGCG in de regel als meest gunstig mogen worden beschouwd, zijn

  • Eerste en tweede oogst Gyokuro
  • Eerste en tweede oogst Sencha
  • en tenslotte Sencha-Uchiyama

Neem ook de tijd om de thee voldoende te laten trekken. Twee minuten trekken levert je slechts 1/5 aan gunstige stoffen op vergeleken bij acht tot tien minuten trekken.

 

7. Bessen

  • Framboos (raspberry)
  • Aardbei (strawberry)
  • Bosbes (blueberry)
  • Veenbes (Cranberry)

Bessen kun je ook zelf invriezen – of desgewenst diepgevroren inkopen. Zo heb je ze ook in de winter bij je (Müesli)ontbijt of bij je yoghurt- of ijsdesert.

Qua nutra-therapeutisch effect kunnen veenbessen beter in gedroogde vorm geconsumeerd worden dan in sapvorm.

 

 

8. Tomaat

Als je (misschien in de winter) geen smaakvolle verse tomaten kunt krijgen, geneer je dan niet voor tomatenpuree: 50 gram tomatenpuree bevat maarliefst 10 x zoveel lycopine als een onbewerkte tomaatvrucht. Tomatenpuree staat dus op nummer één.

Daarnaast zijn er veel kant-en-klare samengestelde producten verkrijgbaar waarin tomaat verwerkt is: Saus voor pasta (spaghetti-saus e.d); ketchup; tomatensoep (ook in oplosbare vorm, als poeder verkrijgbaar), tomatensap, etc.

Trouwens, het beste (en ook nog meest smakelijke en meest voordelige) tomatensap maak je zelf: Pak een grote beker, doe daarin de inhoud van twee tinnetjes tomatenpuree, voeg desgewenst nog citroen- of limoensap toe, of zelfs wat peper, roeren maar, en klaar is deze smakelijke beker tomatensap!

Er is één kankersoort waarop tomaatconsumptie bijzonder sterk preventief werkt: Prostaatkanker. Sinds ik dit weet drink ik dagelijks een beker tomatensap. Qua leeftijd begin ik immers in de risicogroep te komen. Tomatensap…. hoe gemakkelijk kan preventie zijn!

 

9. Citrusfruit

  • citroen
  • limoen
  • sinaasappel
  • grapefruit
  • mandarijn

Vitamine C is rijkelijk aanwezig (overigens niet uitsluitend in citrusfruit) en het heeft verschillende nuttige functies voor ons lichaam. Maar een citrusvrucht bevat méér dan alleen vitamine C.

Zo bevat bijvoorbeeld een sinaasappel ook polyfenolen (waaronder flavanonen) en de sterk geurende terpenen. Hesperidine is een stof die in de schil voorkomt.

Het buitenste gedeelte van de schil is vaak bespoten, en kunnen we beter niet consumeren. Maar de witte binnenschacht van de schil is uitermate rijk aan hesperidine. Deze stof is ontstekingsremmend en pijnstillend.

Al lijkt het waarschijnlijk dat citrusfruit vanwege diverse van zijn inhoudsstoffen een kankerremmende werking heeft, toch is dat op dit moment is het nog niet definitief aangetoond. 

 

10. De controverse omtrent alcohol en (rode) wijn

Op dit moment is sprake van een wetenschappelijke controverse rondom het gebruik van alcohol. Want alcoholconcumptie lijkt op sommige ziekten en kankers preventief te werken, terwijl het andere ziektes en kankers juist bevordert. Daarover (bijna) alles in mijn blog Over alcohol en (rode) wijn.

In het blog wat je nu leest, volsta ik met een misschien wel te algemene opmerking: Namelijk dat, als je alcohol zou willen gebruiken, matigheid het meest verstandig is. Dat betekent als man ten hoogste twee consumpties per dag, als vrouw één per dag.

 

11. De fantasie voorbij: Cacao met mate

Het leek zo eenduidig, twaalf jaar geleden, bij de publicatie van Béliveau en Gingras (2005). Cacao leek eenduidig gezondheidsbevorderend. Inmiddels weten we dat cacao ook een geringe hoeveelheid van het zware metaal Cadmium bevat. Dat is reden om als we cacao consumeren, er bijzonder matig mee te zijn.

Vermijd suiker

Cacao kunnen we ondermeer consumeren in de vorm van chocolade. Het gaat ons uiteraard om de cacao – niet om de suiker of de overige ingrediënten van chocolade. Suiker is helemaal niet zo best. Dus waak over de samenstelling van de chocolade die je inkoopt.

Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid cacao

In 2005 werd door de genoemde wetenschappers nog een dagelijkse consumptie van 25 gram chocolade (bij een cacao-gehalte van 70%) gesuggereerd, wat neerkomt op 17,5 gram cacao per dag.

Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid chocolade

Met de kennis van nu handelen nemen we niet meer dan 10 gram cacao per dag tot ons. En bij 70%-chocolade wil dat zeggen: Maximaal 14 gram chocolade per dag.

Als we bijvoorbeeld van 70%cacao een 100-grams chocholade-reep of -tablet in 8 partjes verdelen, weegt elk dagelijks chocoladepartje 12,5 gram. En dat is nog acceptabel.

We doen dan maarliefst 8 dagen met het 100-grams tablet. Cacao heeft namelijk óók gunstige effecten. Maar kunnen we ons niet beheersen, dan halen we het misschien liever niet in huis.

Cacao bevat flavanole anti-oxidanten. En verwar flavanolen nooit met flavonolen (goed lezen, het verschilt één letter).

De gunstige effecten van cacao

De bovenste twee punten hebben betrekking op het hart en de bloedsomloop:

  • Cacao verhoogd het anti-oxidatief vermogen van ons bloed, wat gunstig is, want daardoor zal de proteïnen-oxidatie verminderen, zodat er minder of geen opbouw van atheromateuze plaques (‘slagaderverkalking’) plaatsvindt. Anders gezegd: Cacao draagt bij aan het elastisch-blijven van de bloedvaten.
  • Cacao beperkt specifieke schadelijke activiteiten van bloedplaatjes, en draagt daarmee bij aan vermindering van het risico op inwendige bloedstolsels.
  • Nog niet 100% zeker, maar wel zeer aannemelijk (gezien de photochemische stoffen in cacao) is dat cacao een preventieve anti-kanker-werking heeft.

 

12. Walnoot

Niet vermeld in de eerder genoemde uitgave (2005) van Béliveau en Gingras is de walnoot.

Uit een onderzoek aan de Scranton Universiteit, uitgevoerd door Joe Vinson, blijkt dat walnoten een beduidend hoger gehalte hebben aan anti-oxidanten vergeleken bij acht andere nootsoorten (te weten amandelen, pinda’s, pistache-noten, hazelnoten, paranoten (Engels: Brazil nuts), cashew-noten, macadamia’s en pecan-noten.

Anti-oxidanten

Ook bestaan er aanwijzingen dat walnoten bijdragen aan het voorkómen van coronaire hartziekte (ofwel ischemische hartklachten, in goed nederlands jargon).

Bij muizen is gebleken dat walnoot-consumptie remmend werkt op de ontwikkeling van borst- en darm-kanker. De muis behoort net als de mens tot de klasse der Zoogdieren (Mammalia). De genoemde percentages lopen uiteen maar de consensus is dat de muis en de mens meer dan 90 % (zelfs 97,5 % wordt geopperd) gemeenschappelijk hebben.

Preventie borst- en darmkanker?

En zo kan er geopperd worden dat ook bij mensen walnootconsumptie preventief werkt met betrekking tot borst- en darmkanker. Op dit moment is het een speculatieve aanname. Er bestaan echter geen redenen (contra-indicaties) om af te zien van walnoot-consumptie (als we ons weten te beheersen). Dus kunnen we zeggen: Baat het niet, dan schaadt het niet.

Goed nieuws voor wie weinig verzadigde vetten in z’n diëet wil, of z’n cholesterol onder controle wil houden: Walnoot past uitstekend in een dergelijk diëet. Walnoot bestaat per 100 gram uit maarliefst 65 gram vet, en vet levert veel calorieën. In dat opzicht dienen we de intake te doseren. Dagelijks 40 gram (zo’n drie walnoten) lijkt een gunstige dosering.

 

13. Lijnzaad

Omega-3-vetzuren

Lijnzaad bevat (net als walnoten en de genoemde HAMSZT-vissoorten) omega-3-vetzuren. En in dat opzicht is lijnzaadconsumptie aan te raden.

Je kunt bijvoorbeeld wat lijnzaad aan de müesli toevoegen. Het meest gunstig lijkt het om het lijnzaad intact (ongemalen) toe te voegen.

(NB: Müesli is iets wat je bij voorkeur zelf samenstelt, en dat is eenvoudiger dan je misschien denkt. Binnenkort een special hierover).

Drie contra-indicaties

Ten aanzien van lijnzaadconsumptie bestaan drie contra-indicaties. Ten eerste bestaan er aanwijzingen dat dit het risico op vroegtijdige bevallingen vergroot. Om die reden zouden zwangeren tijdelijk kunnen afzien van lijnzaadconsumptie.

Ten tweede hebben sommige mensen een snelle stoelgang. Daar lijnzaad de darmperistaltiek (zeg: stoelgang) bevordert, kan lijnzaad-consumptie in dit geval beter achterwege gelaten worden.

Tenslotte, meestal is het milieu in onze maag enorm zuur (een pH van 1,35 à 3,50) en dat is prachtig, want lijnzaad bevat de glycosides Linustatine en Neolinustatine. Beide stoffen kunnen als alles ‘meewerkt’ in het giftige blauwzuur worden omgezet. Bij een normaal functionerende maag is het maagzuur zodanig zuur dat geen blauwzuurvorming optreedt.

Kortom

Ben je niet zwanger, heb je geen verhoogde darmperistaltiek, en functioneert je maag normaal, dan is het aan te raden van tijd tot tijd wat lijnzaad te consumeren.

 

14. Koffie correct

Koffie toen

Koffie is een boon die niet besproken wordt in de uitgave (2005) van Béliveau en Gingras. Nog maar enkele decennia geleden had koffie niet bepaald een gezonde reputatie had. Er bestond het vermoeden of de overtuiging dat koffie zou kunnen bijdragen aan het risico op angina pectoris en hartinfarcten. Daarvan is men teruggekomen.

Koffie nu

Er is inmiddels meer bekend over koffie. Koffiedrinken lijkt gezondheidsvoordelen te hebben. De kans op hartfalen neemt juist af, en de gewoonte om koffie te drinken blijkt ook samen te gaan met een verbeterd functioneren van de bloedvaten. Zie desgewenst ook https://en.wikipedia.org/wiki/Coffee#Health_effects. Echter, meer onderzoek zal hieromtrent meer (of juist minder) zekerheid genereren.

Een meta-analyse

Een meta-analyse uit 2014 laat twee verbanden zien:

  • Een verband tussen dagelijks vier kopjes koffie drinken en een 16% lager risico op mortaliteit.
  • En een verband tussen dagelijks drie kopjes koffie drinken en een 21% lager risico op sterfte door hart- & vaatziekten.

Een verband met een hogere danwel lagere sterfte door kanker is echter niet waargenomen in deze meta-analyse.

Bijverschijnselen en ontwenningsverschijnselen van koffie

Wie in de jaren vóórdat hij of zij koffie ging gebruiken al regelmatig migraine, arrhythmias of slaapstoornissen had, kan misschien beter van koffie afzien, want soms blijkt caffeïne dergelijke condities te versterken.

Stoppen met koffie (caffeïne) kan misschien beter geleidelijk doorgevoerd worden, want bij abrupt stoppen met caffeïne treedt in sommige gevallen wel hoofdpijn of stemmingswisselingen op.

 

Literatuur

Les aliments contre le cancer (©2005 Éditions du Trécarré, Canada). In het Duits verschenen als Krebszellen mögen keine Himbeeren – Nahrungsmittel gegen Krebs (Wilhelm Goldmann Verlag, München). En inmiddels is ook in de Nederlandse taal verkrijgbaar: Eten tegen kanker (Kosmos Uitgevers, Utrecht / Antwerpen).

Een grote informatiebron, waarin doorgaans aan bronvermelding gedaan wordt, is Wikipedia (in de diverse talen).

Wie meer wil weten of de wetenschappelijke ontwikkelingen bij wil houden wens ik veel plezier daarbij. Je bent nu aan het einde van de Extended edition van dit blog ‘Eten met een open mind – Nutratherapie ter preventie van tumorgroei’.

                  ~Patrick Smolders, 27 januari tot 11 februari 2017.